TO DA BONE

Julidans
TO DA BONE
Genre:
Dans / Internationaal
Serie en/of festival:
Hoofdprogramma / Julidans
Uitvoerenden:
Marine Brutti, Jonathan Debrouwer, Arthur Harel / (LA)HORDE (FR)

“Ze zullen niet lang onbekend blijven.”, schreef het Franse magazine Télérama in 2014 na het zien van Void Island van het Franse collectief (LA)HORDE. Het was hun derde productie. Sindsdien waren ze overal in Europa en in Canada te zien. Télérama had gelijk. Nu nog in Nederland! (LA)HORDE maakt dit jaar haar Julidansdebuut.

MEER INFORMATIE

(LA)HORDE heeft een duidelijke eigen stem. Oprichters Marine Brutti, Jonathan Debrouwer en Arthur Harel springen graag over de hordes tussen de kunstdisciplines en maken zowel dansvoorstellingen als multimedia-installaties en films. Ze trekken zich ook niets aan van hokjes of academische normen in de dans. Ze mixen hedendaags met urban en ze werken vaak met adolescenten of ouderen. Bovenal laten ze zich via de sociale media inspireren door alles wat de wereld te bieden heeft en brengen die invloeden naar de theaters: 'post-internet dans' noemen ze dat.

TO DA BONE is een eerbetoon aan de jumpstyle, het springen op snelle hardcore-techno uit de jaren '90. Toen de illegale hardcore-raves door de autoriteiten de kop werden ingedrukt, verplaatste de hardcore-community zich naar YouTube. Jumpstylers filmden zichzelf in hun eentje dansend en deelden dat op internet. Zo werden ook de 11 jumpstyledansers voor TO DA BONE gerekruteerd. Ze komen uit de hele wereld, van Canada tot Oekraïne, en staan voor het eerst op een podium, al hebben ze op YouTube duizenden volgers. 

Samen met hen verkende (LA)HORDE de codes van de jumpstyle: wat kun je ermee uitdrukken, wat is er allemaal mee mogelijk? De dans moest ook 'vertaald' worden naar het theater: normaal duurt een jumpstylefilmpje zo'n 25 seconden, nu worden er scenes tot 10 minuten gedanst! Enorm veeleisend voor de dansers, maar erg spannend om te zien. De energie op het podium werkt aanstekelijk.

“Jumpstyle, de meedogenloze dans van het web, zet het theater in vuur en vlam.” (Télérama).